maandag 26 mei 2008

Olfar in de verwoeste stad (DEEL II)

De ladder trilde, ze kwamen naar boven! Hij zou zich kunnen verstoppen in een van de lege kisten, maar daar zouden ze hem waarschijnlijk vinden. Hij keek weer rond, even rustte zijn blik op de opening in het dak, nu weet ik het! dacht hij.

Trentan was de eerste die boven kwam. "Niets te zien." riep hij naar beneden. "Dat verwondert mij," riep een andere Kergew, "dit is het huis waar zijn ouders woonden, ik zou verwachten dat hij hierheen zou gaan!" "Nee, er is niets! Echt niets! Kom zelf kijken!" De andere kwam ook naar boven, liep door heel de zolder, opende de kisten... "Je had gelijk..." zei hij en liep terug naar de ladder. CRASH!!! "Wat was dat?" vroeg de tweede. "Gewoon een dakpan die valt, niets om je ongerust over te maken, Kerwon." antwoordde Trentan. CRASH!!! "Weeral?" vroeg Kerwon verbaasd, "dat is niet normaal!" "Dit is een ruïne! En hier is dat wel normaal!" CRASH!!!

Olfar keek naar beneden, hij zat bijna op de top van het dak en er waren nog maar drie dakpannen te veel naar beneden gevallen. Hij zette zijn linkerhand een pan verder, dan zijn linkervoet, zijn rechterhand, en dan zijn rechtervoet. KRRR. Wat was dat? KRRR. Snel kroop hij verder. KRRRRRR. KRRRRR. KRRRRAK!!!

"Wat was dat nu weer?" vroeg Kerwon. "Stop eens met vragen stellen, hier is hij niet!" riep Trentan. KRAK!!! ... KRAK!!! "Ik heb hem gevonden!" riep iemand van beneden. "Ben je zeker?" vroeg Trentan. "Ja! Hij viel gewoon uit de lucht!" "Hij viel gewoon ... Wat, wat bedoel je; uit de lucht?" "Wel ja, ik stapte uit de keuken ... en hij viel voor mijn neus op de grond" "Zie je wel, ik wist het! Ik wist het! Hij zat op het dak!" riep Kerwon "Ik wist het gewoonweg!!!"